Bepaal voor z₁ = 3 − j4 en z₂ = −6 − j6 het imaginaire deel van w = 3z₁ + 3z̄₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = 3 − j4z₂ = −6 − j6
Im(w) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = −6 + j5 en z₂ = 1 − j4 het imaginaire deel van w = 3z₁ − 2z₂.
z₁ = −6 + j5z₂ = 1 − j4
Im(w) =
3.Gemiddeld
Bepaal het argument θ van z = −5 + j4 in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
z = −5 + j4
θ = °
4.Gemiddeld
Het getal z = 3·ej1,2 heeft zijn hoek in radialen. Bepaal het imaginaire deel b.
r = 3θ = 1,2 rad
b =
5.Moeilijk
Eén wortel van z³ − 9z² + 31z − 39 = 0 is z₁ = 3 + j2. De coëfficiënten zijn reëel. Bepaal de reële wortel r.
z₁ = 3 + j2
r =
6.Moeilijk
Gebruik de stelling van De Moivre om het reële deel van z⁸ te vinden voor z = 1 + j.
z = 1 + jn = 8
Re(z⁸) =
Antwoordenblad
- 1. Im(w) = 6
- 2. Im(w) = 23
- 3. θ = 141,3 °
- 4. b = 2,796
- 5. r = 3
- 6. Re(z⁸) = 16
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.