Bepaal voor z₁ = −3 + j3 en z₂ = 1 − j6 het reële deel van het quotiënt z₁/z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −3 + j3z₂ = 1 − j6
Re(z₁/z₂) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = −8 − j4 en z₂ = 2 + j3 het imaginaire deel van het quotiënt z₁/z₂.
z₁ = −8 − j4z₂ = 2 + j3
Im(z₁/z₂) =
3.Gemiddeld
Bepaal het argument θ van z = −6 + j7 in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
z = −6 + j7
θ = °
4.Gemiddeld
Bepaal het argument θ van z = −4 − j3 in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
z = −4 − j3
θ = °
5.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z³ = 8∠60°. Klik erop.
w = 8∠60°n = 3
- 1A (1∠−100°)
- 2B (2∠100°)
- 3C (2∠−100°)
- 4D (2∠−130°)
6.Moeilijk
De wortels van zⁿ = w met n = 3 en w = 8∠180° zijn zk = R1/n∠((φ + 360°·k)/n), k = 0, 1, 2. Bepaal het reële deel van z₂.
w = 8∠180°n = 3k = 2
Re(z₂) =
Antwoordenblad
- 1. Re(z₁/z₂) = −0,5676
- 2. Im(z₁/z₂) = 1,231
- 3. θ = 130,6 °
- 4. θ = −143,1 °
- 5. C (2∠−100°)
- 6. Re(z₂) = 1
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.