Het Argand-diagram toont z₁ = 1 − j3. Klik op het punt dat j·z₁ voorstelt.
- 1A (−3 + j)
- 2B (3 − j)
- 3C (3 + j)
- 4D (1 + j3)
Het Argand-diagram toont z₁ = 1 − j3. Klik op het punt dat j·z₁ voorstelt.
Bepaal voor z₁ = 6 + j4 en z₂ = 4 − j6 het imaginaire deel van het product z₁·z₂.
Het getal z = 1,5·ej1,5 heeft zijn hoek in radialen. Bepaal het imaginaire deel b.
Gegeven z₁ = 3∠−35° en z₂ = 2∠−25°, bepaal het imaginaire deel van w = z₁·z₂.
Precies één van de punten A–D is een wortel van z⁶ = 64∠60°. Klik erop.
De wortels van zⁿ = w met n = 3 en w = 27∠−60° zijn zk = R1/n∠((φ + 360°·k)/n), k = 0, 1, 2. Bepaal het reële deel van z₀.
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.