Bepaal voor z₁ = 3 − j4 en z₂ = 5 + j4 het imaginaire deel van het product z₁·z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = 3 − j4z₂ = 5 + j4
Im(z₁z₂) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = 1 + j en z₂ = −2 − j4 het reële deel van w = 2z₁ + 3z̄₂.
z₁ = 1 + jz₂ = −2 − j4
Re(w) =
3.Gemiddeld
Schrijf z = −1 − j in exponentiële vorm r·ejθ. Geef θ in radialen, tussen −π en π.
z = −1 − j
θ = rad
4.Gemiddeld
Bepaal het argument θ van z = −4 − j2 in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
z = −4 − j2
θ = °
5.Moeilijk
De vergelijking z² + 3z + 18,25 = 0 heeft twee complexe wortels. Bepaal hun modulus |z|.
p = 3q = 18,25
|z| =
6.Moeilijk
De wortels van zⁿ = w met n = 2 en w = 25∠45° zijn zk = R1/n∠((φ + 360°·k)/n), k = 0, 1. Bepaal het reële deel van z₀.
w = 25∠45°n = 2k = 0
Re(z₀) =
Antwoordenblad
- 1. Im(z₁z₂) = −8
- 2. Re(w) = −4
- 3. θ = −2,356 rad
- 4. θ = −153,4 °
- 5. |z| = 4,272
- 6. Re(z₀) = 4,619
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.