Bepaal voor z₁ = 5 − j4 en z₂ = 6 − j het imaginaire deel van het quotiënt z₁/z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = 5 − j4z₂ = 6 − j
Im(z₁/z₂) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = 8 + j7 en z₂ = −2 + j de modulus van het quotiënt, |z₁/z₂|.
z₁ = 8 + j7z₂ = −2 + j
|z₁/z₂| =
3.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 2,5∠−35° en z₂ = 1,5∠−140°, bepaal het imaginaire deel van w = z₁·z₂.
z₁ = 2,5∠−35°z₂ = 1,5∠−140°
Im(w) =
4.Gemiddeld
Bepaal het argument θ van z = −5 − j4 in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
z = −5 − j4
θ = °
5.Moeilijk
De wortels van zⁿ = w met n = 5 en w = 32∠−120° zijn zk = R1/n∠((φ + 360°·k)/n), k = 0, 1, …, 4. Bepaal het argument van z₀ in graden, tussen −180° en 180°.
w = 32∠−120°n = 5k = 0
θ₀ = °
6.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z³ = 27∠0°. Klik erop.
w = 27∠0°n = 3
- 1A (3∠120°)
- 2B (3∠−60°)
- 3C (1,5∠120°)
- 4D (3∠180°)
Antwoordenblad
- 1. Im(z₁/z₂) = −0,5135
- 2. |z₁/z₂| = 4,754
- 3. Im(w) = −0,3268
- 4. θ = −141,3 °
- 5. θ₀ = −24 °
- 6. A (3∠120°)
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.