Het Argand-diagram toont z₁ = 1 − j4. Klik op het punt dat j·z₁ voorstelt.
- 1A (4 − j)
- 2B (1 + j4)
- 3C (4 + j)
- 4D (−1 + j4)
Het Argand-diagram toont z₁ = 1 − j4. Klik op het punt dat j·z₁ voorstelt.
Bepaal voor z₁ = 2 + j8 en z₂ = −6 − j3 het imaginaire deel van w = 2z₁ − 3z₂.
Bepaal het argument θ van z = 7 − j4 in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
Schrijf z = 2∠−115° in rechthoekige vorm a + jb en geef het reële deel a.
Gebruik de stelling van De Moivre om het imaginaire deel van z⁵ te vinden voor z = −1 + j.
De wortels van zⁿ = w met n = 5 en w = 32∠90° zijn zk = R1/n∠((φ + 360°·k)/n), k = 0, 1, …, 4. Bepaal het argument van z₃ in graden, tussen −180° en 180°.
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.