Bepaal voor z₁ = −4 + j2 en z₂ = 6 + j2 het reële deel van het quotiënt z₁/z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −4 + j2z₂ = 6 + j2
Re(z₁/z₂) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = −5 − j en z₂ = −6 + j4 het imaginaire deel van het product z₁·z₂.
z₁ = −5 − jz₂ = −6 + j4
Im(z₁z₂) =
3.Gemiddeld
Schrijf z = 2,5∠−40° in rechthoekige vorm a + jb en geef het imaginaire deel b.
r = 2,5θ = −40°
b =
4.Gemiddeld
Schrijf z = −2 − j in exponentiële vorm r·ejθ. Geef θ in radialen, tussen −π en π.
z = −2 − j
θ = rad
5.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z⁴ = 81∠180°. Klik erop.
w = 81∠180°n = 4
- 1A (3∠180°)
- 2B (5,4∠−90°)
- 3C (3∠−90°)
- 4D (3∠−135°)
6.Moeilijk
De wortels van zⁿ = w met n = 2 en w = 16∠−60° zijn zk = R1/n∠((φ + 360°·k)/n), k = 0, 1. Bepaal het reële deel van z₁.
w = 16∠−60°n = 2k = 1
Re(z₁) =
Antwoordenblad
- 1. Re(z₁/z₂) = −0,5
- 2. Im(z₁z₂) = −14
- 3. b = −1,607
- 4. θ = −2,678 rad
- 5. D (3∠−135°)
- 6. Re(z₁) = −3,464
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.