Bepaal voor z₁ = 8 − j6 en z₂ = 2 − j6 het reële deel van het quotiënt z₁/z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = 8 − j6z₂ = 2 − j6
Re(z₁/z₂) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = 7 + j2 en z₂ = −1 + j het imaginaire deel van w = −z₁ + 5z̄₂.
z₁ = 7 + j2z₂ = −1 + j
Im(w) =
3.Gemiddeld
Bepaal het argument θ van z = −1 + j9 in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
z = −1 + j9
θ = °
4.Gemiddeld
Het getal z = 5·e−j1 heeft zijn hoek in radialen. Bepaal het imaginaire deel b.
r = 5θ = −1 rad
b =
5.Moeilijk
Los z² − 2z + 17 = 0 op. De wortels zijn a ± jb; bepaal b > 0.
p = −2q = 17
b =
6.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z³ = 27∠−90°. Klik erop.
w = 27∠−90°n = 3
- 1A (5,4∠30°)
- 2B (3∠150°)
- 3C (3∠−90°)
- 4D (3∠−30°)
Antwoordenblad
- 1. Re(z₁/z₂) = 1,3
- 2. Im(w) = −7
- 3. θ = 96,34 °
- 4. b = −4,207
- 5. b = 4
- 6. D (3∠−30°)
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.