Bepaal voor z₁ = −6 − j6 en z₂ = −3 − j5 het imaginaire deel van het quotiënt z₁/z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −6 − j6z₂ = −3 − j5
Im(z₁/z₂) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = 5 − j5 en z₂ = 3 − j4 het imaginaire deel van w = 2z₁ + 2z̄₂.
z₁ = 5 − j5z₂ = 3 − j4
Im(w) =
3.Gemiddeld
Bepaal het argument θ van z = −7 + j6 in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
z = −7 + j6
θ = °
4.Gemiddeld
Bepaal het argument θ van z = 9 − j2 in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
z = 9 − j2
θ = °
5.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z³ = 8∠180°. Klik erop.
w = 8∠180°n = 3
- 1A (2∠0°)
- 2B (2∠180°)
- 3C (3,6∠180°)
- 4D (2∠−120°)
6.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z⁴ = 81∠120°. Klik erop.
w = 81∠120°n = 4
- 1A (3∠30°)
- 2B (5,4∠75°)
- 3C (3∠−30°)
- 4D (3∠75°)
Antwoordenblad
- 1. Im(z₁/z₂) = −0,3529
- 2. Im(w) = −2
- 3. θ = 139,4 °
- 4. θ = −12,53 °
- 5. B (2∠180°)
- 6. A (3∠30°)
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.