Bepaal voor z₁ = −7 + j en z₂ = 2 − j3 het reële deel van het quotiënt z₁/z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −7 + jz₂ = 2 − j3
Re(z₁/z₂) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = 5 + j4 en z₂ = −4 − j3 de modulus van het product, |z₁z₂|.
z₁ = 5 + j4z₂ = −4 − j3
|z₁z₂| =
3.Gemiddeld
Bepaal het argument θ van z = 9 + j3 in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
z = 9 + j3
θ = °
4.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 3∠125° en z₂ = 4∠−25°, bepaal het argument θ van w = z₁·z₂ in graden, tussen −180° en 180°.
z₁ = 3∠125°z₂ = 4∠−25°
θ = °
5.Moeilijk
De wortels van zⁿ = w met n = 2 en w = 16∠−90° zijn zk = R1/n∠((φ + 360°·k)/n), k = 0, 1. Bepaal het imaginaire deel van z₀.
w = 16∠−90°n = 2k = 0
Im(z₀) =
6.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z³ = 8∠180°. Klik erop.
w = 8∠180°n = 3
- 1A (2∠120°)
- 2B (3,6∠0°)
- 3C (2∠−90°)
- 4D (2∠−60°)
Antwoordenblad
- 1. Re(z₁/z₂) = −1,308
- 2. |z₁z₂| = 32,02
- 3. θ = 18,43 °
- 4. θ = 100 °
- 5. Im(z₀) = −2,828
- 6. D (2∠−60°)
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.