Bepaal voor z₁ = 5 − j8 en z₂ = −1 + j3 het reële deel van het product z₁·z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = 5 − j8z₂ = −1 + j3
Re(z₁z₂) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = 3 − j5 en z₂ = −6 − j4 het reële deel van w = 3z₁ − 2z₂.
z₁ = 3 − j5z₂ = −6 − j4
Re(w) =
3.Gemiddeld
Schrijf z = −5 − j6 in exponentiële vorm r·ejθ. Geef θ in radialen, tussen −π en π.
z = −5 − j6
θ = rad
4.Gemiddeld
Bepaal het argument θ van z = −9 + j3 in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
z = −9 + j3
θ = °
5.Moeilijk
Bepaal het reële deel van (1 + j)³.
z = 1 + jn = 3
Re(z³) =
6.Moeilijk
Gebruik de stelling van De Moivre om het imaginaire deel van z⁶ te vinden voor z = 2 + j2.
z = 2 + j2n = 6
Im(z⁶) =
Antwoordenblad
- 1. Re(z₁z₂) = 19
- 2. Re(w) = 21
- 3. θ = −2,266 rad
- 4. θ = 161,6 °
- 5. Re(z³) = −2
- 6. Im(z⁶) = −512
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.