Bepaal voor z₁ = −5 + j5 en z₂ = −5 + j6 het imaginaire deel van het product z₁·z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −5 + j5z₂ = −5 + j6
Im(z₁z₂) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = 5 − j8 en z₂ = 1 + j3 de modulus van het product, |z₁z₂|.
z₁ = 5 − j8z₂ = 1 + j3
|z₁z₂| =
3.Gemiddeld
Bepaal het argument θ van z = −7 + j5 in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
z = −7 + j5
θ = °
4.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 2,5∠150° en z₂ = 3∠65°, bepaal het argument θ van w = z₁·z₂ in graden, tussen −180° en 180°.
z₁ = 2,5∠150°z₂ = 3∠65°
θ = °
5.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z⁴ = 16∠180°. Klik erop.
w = 16∠180°n = 4
- 1A (2∠180°)
- 2B (2∠0°)
- 3C (2∠−45°)
- 4D (3,6∠−45°)
6.Moeilijk
Los z² + 6z + 10 = 0 op. De wortels zijn a ± jb; bepaal het reële deel a.
p = 6q = 10
a =
Antwoordenblad
- 1. Im(z₁z₂) = −55
- 2. |z₁z₂| = 29,83
- 3. θ = 144,5 °
- 4. θ = −145 °
- 5. C (2∠−45°)
- 6. a = −3
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.