Het Argand-diagram toont z₁ = 1 + j4 en z₂ = 3 − j2. Klik op het punt dat z₁ − z₂ voorstelt.
- 1A (6 − j2)
- 2B (4 + j2)
- 3C (−2 + j6)
- 4D (2 − j6)
Het Argand-diagram toont z₁ = 1 + j4 en z₂ = 3 − j2. Klik op het punt dat z₁ − z₂ voorstelt.
Bepaal voor z₁ = −3 + j en z₂ = −5 + j4 het imaginaire deel van w = 2z₁ − 2z₂.
Schrijf z = 5∠−155° in rechthoekige vorm a + jb en geef het reële deel a.
Bepaal het argument θ van z = −2 − j7 in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
Eén wortel van z³ − 11z² + 41z − 51 = 0 is z₁ = 4 + j. De coëfficiënten zijn reëel. Bepaal de reële wortel r.
Precies één van de punten A–D is een wortel van z³ = 8∠90°. Klik erop.
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.