Bepaal voor z₁ = −8 + j4 en z₂ = −4 − j4 het reële deel van het product z₁·z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −8 + j4z₂ = −4 − j4
Re(z₁z₂) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = −2 − j5 en z₂ = −6 + j het reële deel van het product z₁·z₂.
z₁ = −2 − j5z₂ = −6 + j
Re(z₁z₂) =
3.Gemiddeld
Bepaal het argument θ van z = 2 − j4 in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
z = 2 − j4
θ = °
4.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 2,5∠30° en z₂ = 2∠20°, bepaal het imaginaire deel van w = z₁/z₂.
z₁ = 2,5∠30°z₂ = 2∠20°
Im(w) =
5.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z⁶ = 729∠−90°. Klik erop.
w = 729∠−90°n = 6
- 1A (3∠135°)
- 2B (1,5∠−135°)
- 3C (3∠−105°)
- 4D (3∠−135°)
6.Moeilijk
Gebruik de stelling van De Moivre om het reële deel van z⁷ te vinden voor z = √3 + j.
z = √3 + jn = 7
Re(z⁷) =
Antwoordenblad
- 1. Re(z₁z₂) = 48
- 2. Re(z₁z₂) = 17
- 3. θ = −63,43 °
- 4. Im(w) = 0,2171
- 5. D (3∠−135°)
- 6. Re(z⁷) = −110,9
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.