Bepaal voor z₁ = −7 − j en z₂ = 6 − j6 het reële deel van het product z₁·z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −7 − jz₂ = 6 − j6
Re(z₁z₂) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = 6 − j en z₂ = −3 + j3 het imaginaire deel van het product z₁·z₂.
z₁ = 6 − jz₂ = −3 + j3
Im(z₁z₂) =
3.Gemiddeld
Bepaal het argument θ van z = 8 − j3 in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
z = 8 − j3
θ = °
4.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 4∠−60° en z₂ = 0,5∠110°, bepaal het argument θ van w = z₁/z₂ in graden, tussen −180° en 180°.
z₁ = 4∠−60°z₂ = 0,5∠110°
θ = °
5.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z⁴ = 81∠180°. Klik erop.
w = 81∠180°n = 4
- 1A (3∠180°)
- 2B (5,4∠0°)
- 3C (3∠0°)
- 4D (3∠−45°)
6.Moeilijk
Eén wortel van z³ − 8z² + 37z − 50 = 0 is z₁ = 3 + j4. De coëfficiënten zijn reëel. Bepaal de reële wortel r.
z₁ = 3 + j4
r =
Antwoordenblad
- 1. Re(z₁z₂) = −48
- 2. Im(z₁z₂) = 21
- 3. θ = −20,56 °
- 4. θ = −170 °
- 5. D (3∠−45°)
- 6. r = 2
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.