Bepaal voor z₁ = −8 + j en z₂ = −1 − j6 het reële deel van het product z₁·z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −8 + jz₂ = −1 − j6
Re(z₁z₂) =
2.Makkelijk
Het Argand-diagram toont z₁ = 4 − j3 en z₂ = −3 − j3. Klik op het punt dat z₁ − z₂ voorstelt.
z₁ = 4 − j3z₂ = −3 − j3
- 1A (−7)
- 2B (j7)
- 3C (7)
- 4D (1 − j6)
3.Gemiddeld
Bepaal het argument θ van z = −5 + j4 in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
z = −5 + j4
θ = °
4.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 3∠40° en z₂ = 2∠45°, bepaal het imaginaire deel van w = z₁/z₂.
z₁ = 3∠40°z₂ = 2∠45°
Im(w) =
5.Moeilijk
Gebruik de stelling van De Moivre om het reële deel van z⁴ te vinden voor z = 1 + j.
z = 1 + jn = 4
Re(z⁴) =
6.Moeilijk
De wortels van zⁿ = w met n = 3 en w = 8∠−60° zijn zk = R1/n∠((φ + 360°·k)/n), k = 0, 1, 2. Bepaal het reële deel van z₂.
w = 8∠−60°n = 3k = 2
Re(z₂) =
Antwoordenblad
- 1. Re(z₁z₂) = 14
- 2. C (7)
- 3. θ = 141,3 °
- 4. Im(w) = −0,1307
- 5. Re(z⁴) = −4
- 6. Re(z₂) = −1,532
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.