Bepaal voor z₁ = −4 − j4 en z₂ = 4 + j4 het imaginaire deel van w = −2z₁ − 2z̄₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −4 − j4z₂ = 4 + j4
Im(w) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = −2 + j6 en z₂ = 4 − j5 de modulus van het quotiënt, |z₁/z₂|.
z₁ = −2 + j6z₂ = 4 − j5
|z₁/z₂| =
3.Gemiddeld
Bepaal het argument θ van z = −6 − j5 in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
z = −6 − j5
θ = °
4.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 3∠100° en z₂ = 1,5∠45°, bepaal het imaginaire deel van w = z₁·z₂.
z₁ = 3∠100°z₂ = 1,5∠45°
Im(w) =
5.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z⁴ = 16∠120°. Klik erop.
w = 16∠120°n = 4
- 1A (2∠150°)
- 2B (3,6∠−150°)
- 3C (2∠−105°)
- 4D (2∠−150°)
6.Moeilijk
Bepaal het imaginaire deel van (−2 + j3)⁵.
z = −2 + j3n = 5
Im(z⁵) =
Antwoordenblad
- 1. Im(w) = 16
- 2. |z₁/z₂| = 0,9877
- 3. θ = −140,2 °
- 4. Im(w) = 2,581
- 5. D (2∠−150°)
- 6. Im(z⁵) = −597
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.