Bepaal voor z₁ = 6 − j3 en z₂ = −6 + j5 het reële deel van het product z₁·z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = 6 − j3z₂ = −6 + j5
Re(z₁z₂) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = −5 + j5 en z₂ = −3 − j6 het reële deel van het product z₁·z₂.
z₁ = −5 + j5z₂ = −3 − j6
Re(z₁z₂) =
3.Gemiddeld
Schrijf z = −6 + j5 in exponentiële vorm r·ejθ. Geef θ in radialen, tussen −π en π.
z = −6 + j5
θ = rad
4.Gemiddeld
Bepaal het argument θ van z = 2 − j5 in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
z = 2 − j5
θ = °
5.Moeilijk
Eén wortel van z³ − 10z² + 41z − 50 = 0 is z₁ = 4 + j3. De coëfficiënten zijn reëel. Bepaal de reële wortel r.
z₁ = 4 + j3
r =
6.Moeilijk
De wortels van zⁿ = w met n = 6 en w = 729∠60° zijn zk = R1/n∠((φ + 360°·k)/n), k = 0, 1, …, 5. Bepaal het imaginaire deel van z₅.
w = 729∠60°n = 6k = 5
Im(z₅) =
Antwoordenblad
- 1. Re(z₁z₂) = −21
- 2. Re(z₁z₂) = 45
- 3. θ = 2,447 rad
- 4. θ = −68,2 °
- 5. r = 2
- 6. Im(z₅) = −2,298
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.