Bepaal voor z₁ = −1 − j5 en z₂ = −1 − j2 de modulus van het product, |z₁z₂|.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −1 − j5z₂ = −1 − j2
|z₁z₂| =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = −6 + j7 en z₂ = 4 + j6 het reële deel van het quotiënt z₁/z₂.
z₁ = −6 + j7z₂ = 4 + j6
Re(z₁/z₂) =
3.Gemiddeld
Schrijf z = 2∠140° in rechthoekige vorm a + jb en geef het imaginaire deel b.
r = 2θ = 140°
b =
4.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 3∠70° en z₂ = 0,5∠110°, bepaal het argument θ van w = z₁/z₂ in graden, tussen −180° en 180°.
z₁ = 3∠70°z₂ = 0,5∠110°
θ = °
5.Moeilijk
Gebruik de stelling van De Moivre om het imaginaire deel van z³ te vinden voor z = −√3 + j.
z = −√3 + jn = 3
Im(z³) =
6.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z³ = 27∠180°. Klik erop.
w = 27∠180°n = 3
- 1A (3∠30°)
- 2B (5,4∠60°)
- 3C (3∠120°)
- 4D (3∠60°)
Antwoordenblad
- 1. |z₁z₂| = 11,4
- 2. Re(z₁/z₂) = 0,3462
- 3. b = 1,286
- 4. θ = −40 °
- 5. Im(z³) = 8
- 6. D (3∠60°)
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.