Bepaal voor z₁ = 7 + j en z₂ = −4 − j6 het imaginaire deel van het product z₁·z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = 7 + jz₂ = −4 − j6
Im(z₁z₂) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = −2 + j en z₂ = 4 + j3 het imaginaire deel van w = 2z₁ + 2z₂.
z₁ = −2 + jz₂ = 4 + j3
Im(w) =
3.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 3∠125° en z₂ = 0,5∠110°, bepaal het reële deel van w = z₁/z₂.
z₁ = 3∠125°z₂ = 0,5∠110°
Re(w) =
4.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 3∠40° en z₂ = 1,5∠−140°, bepaal het reële deel van w = z₁·z₂.
z₁ = 3∠40°z₂ = 1,5∠−140°
Re(w) =
5.Moeilijk
Gebruik de stelling van De Moivre om het imaginaire deel van z⁹ te vinden voor z = −√3 + j.
z = −√3 + jn = 9
Im(z⁹) =
6.Moeilijk
Gebruik de stelling van De Moivre om het imaginaire deel van z⁴ te vinden voor z = −√3 + j.
z = −√3 + jn = 4
Im(z⁴) =
Antwoordenblad
- 1. Im(z₁z₂) = −46
- 2. Im(w) = 8
- 3. Re(w) = 5,796
- 4. Re(w) = −0,7814
- 5. Im(z⁹) = −512
- 6. Im(z⁴) = −13,86
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.