Bepaal voor z₁ = −2 − j6 en z₂ = −5 − j3 het reële deel van het product z₁·z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −2 − j6z₂ = −5 − j3
Re(z₁z₂) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = −6 + j8 en z₂ = −5 + j3 het imaginaire deel van het quotiënt z₁/z₂.
z₁ = −6 + j8z₂ = −5 + j3
Im(z₁/z₂) =
3.Gemiddeld
Schrijf z = 6∠50° in rechthoekige vorm a + jb en geef het imaginaire deel b.
r = 6θ = 50°
b =
4.Gemiddeld
Schrijf z = 3∠−130° in rechthoekige vorm a + jb en geef het reële deel a.
r = 3θ = −130°
a =
5.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z³ = 8∠120°. Klik erop.
w = 8∠120°n = 3
- 1A (2∠160°)
- 2B (2∠120°)
- 3C (2∠−20°)
- 4D (1∠160°)
6.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z³ = 8∠−90°. Klik erop.
w = 8∠−90°n = 3
- 1A (2∠−90°)
- 2B (2∠30°)
- 3C (2∠−150°)
- 4D (3,6∠−90°)
Antwoordenblad
- 1. Re(z₁z₂) = −8
- 2. Im(z₁/z₂) = −0,6471
- 3. b = 4,596
- 4. a = −1,928
- 5. A (2∠160°)
- 6. C (2∠−150°)
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.