Het Argand-diagram toont z₁ = −3 − j4 en z₂ = 3 − j. Klik op het punt dat z₁ + z₂ voorstelt.
- 1A (−6 − j3)
- 2B (−j5)
- 3C (−5)
- 4D (j5)
Het Argand-diagram toont z₁ = −3 − j4 en z₂ = 3 − j. Klik op het punt dat z₁ + z₂ voorstelt.
Bepaal voor z₁ = −1 − j4 en z₂ = 1 − j het reële deel van het product z₁·z₂.
Bepaal het argument θ van z = −8 − j3 in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
Schrijf z = 5∠−155° in rechthoekige vorm a + jb en geef het reële deel a.
Gebruik de stelling van De Moivre om het imaginaire deel van z⁹ te vinden voor z = 1 + j.
Eén wortel van z³ + 2z² + 12z − 40 = 0 is z₁ = −2 + j4. De coëfficiënten zijn reëel. Bepaal de reële wortel r.
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.