Bepaal voor z₁ = 7 − j en z₂ = −6 + j6 het reële deel van het quotiënt z₁/z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = 7 − jz₂ = −6 + j6
Re(z₁/z₂) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = 3 − j3 en z₂ = −3 + j3 het reële deel van het quotiënt z₁/z₂.
z₁ = 3 − j3z₂ = −3 + j3
Re(z₁/z₂) =
3.Gemiddeld
Bepaal het argument θ van z = −8 + j2 in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
z = −8 + j2
θ = °
4.Gemiddeld
Schrijf z = 10∠140° in rechthoekige vorm a + jb en geef het reële deel a.
r = 10θ = 140°
a =
5.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z³ = 27∠0°. Klik erop.
w = 27∠0°n = 3
- 1A (5,4∠60°)
- 2B (3∠−30°)
- 3C (3∠30°)
- 4D (3∠0°)
6.Moeilijk
Gebruik de stelling van De Moivre om het reële deel van z⁷ te vinden voor z = 1 + j√3.
z = 1 + j√3n = 7
Re(z⁷) =
Antwoordenblad
- 1. Re(z₁/z₂) = −0,6667
- 2. Re(z₁/z₂) = −1
- 3. θ = 166 °
- 4. a = −7,66
- 5. D (3∠0°)
- 6. Re(z⁷) = 64
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.