Bepaal voor z₁ = −4 + j2 en z₂ = 6 + j6 het imaginaire deel van w = −z₁ − 3z̄₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −4 + j2z₂ = 6 + j6
Im(w) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = −8 − j4 en z₂ = −5 − j het reële deel van het quotiënt z₁/z₂.
z₁ = −8 − j4z₂ = −5 − j
Re(z₁/z₂) =
3.Gemiddeld
Schrijf z = −5 + j6 in exponentiële vorm r·ejθ. Geef θ in radialen, tussen −π en π.
z = −5 + j6
θ = rad
4.Gemiddeld
Schrijf z = 6∠−115° in rechthoekige vorm a + jb en geef het reële deel a.
r = 6θ = −115°
a =
5.Moeilijk
De vergelijking z² − 3z + 4,5 = 0 heeft twee complexe wortels. Bepaal hun modulus |z|.
p = −3q = 4,5
|z| =
6.Moeilijk
De wortels van zⁿ = w met n = 6 en w = 64∠−120° zijn zk = R1/n∠((φ + 360°·k)/n), k = 0, 1, …, 5. Bepaal het imaginaire deel van z₀.
w = 64∠−120°n = 6k = 0
Im(z₀) =
Antwoordenblad
- 1. Im(w) = 16
- 2. Re(z₁/z₂) = 1,692
- 3. θ = 2,266 rad
- 4. a = −2,536
- 5. |z| = 2,121
- 6. Im(z₀) = −0,684
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.