Bepaal voor z₁ = 7 + j5 en z₂ = 2 + j3 het imaginaire deel van het product z₁·z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = 7 + j5z₂ = 2 + j3
Im(z₁z₂) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = −3 − j5 en z₂ = 4 − j2 de modulus van het quotiënt, |z₁/z₂|.
z₁ = −3 − j5z₂ = 4 − j2
|z₁/z₂| =
3.Gemiddeld
Bepaal het argument θ van z = −3 + j2 in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
z = −3 + j2
θ = °
4.Gemiddeld
Schrijf z = 3∠140° in rechthoekige vorm a + jb en geef het reële deel a.
r = 3θ = 140°
a =
5.Moeilijk
De wortels van zⁿ = w met n = 3 en w = 64∠135° zijn zk = R1/n∠((φ + 360°·k)/n), k = 0, 1, 2. Bepaal het imaginaire deel van z₀.
w = 64∠135°n = 3k = 0
Im(z₀) =
6.Moeilijk
De wortels van zⁿ = w met n = 3 en w = 8∠90° zijn zk = R1/n∠((φ + 360°·k)/n), k = 0, 1, 2. Bepaal het imaginaire deel van z₀.
w = 8∠90°n = 3k = 0
Im(z₀) =
Antwoordenblad
- 1. Im(z₁z₂) = 31
- 2. |z₁/z₂| = 1,304
- 3. θ = 146,3 °
- 4. a = −2,298
- 5. Im(z₀) = 2,828
- 6. Im(z₀) = 1
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.