Bepaal voor z₁ = −7 + j3 en z₂ = −1 + j2 het imaginaire deel van het product z₁·z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −7 + j3z₂ = −1 + j2
Im(z₁z₂) =
2.Makkelijk
Het Argand-diagram toont z₁ = 4 + j3 en z₂ = 4 − j2. Klik op het punt dat z₁ + z₂ voorstelt.
z₁ = 4 + j3z₂ = 4 − j2
- 1A (8 − j)
- 2B (8 + j)
- 3C (1 + j8)
- 4D (−j5)
3.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 2,5∠30° en z₂ = 1,5∠65°, bepaal het imaginaire deel van w = z₁·z₂.
z₁ = 2,5∠30°z₂ = 1,5∠65°
Im(w) =
4.Gemiddeld
Het getal z = 4·e−j1 heeft zijn hoek in radialen. Bepaal het reële deel a.
r = 4θ = −1 rad
a =
5.Moeilijk
Bepaal het imaginaire deel van (−3 + j2)⁴.
z = −3 + j2n = 4
Im(z⁴) =
6.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z⁶ = 729∠90°. Klik erop.
w = 729∠90°n = 6
- 1A (3∠90°)
- 2B (3∠165°)
- 3C (3∠135°)
- 4D (5,4∠165°)
Antwoordenblad
- 1. Im(z₁z₂) = −17
- 2. B (8 + j)
- 3. Im(w) = 3,736
- 4. a = 2,161
- 5. Im(z⁴) = −120
- 6. C (3∠135°)
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.