Bepaal voor z₁ = 6 − j8 en z₂ = −1 − j5 de modulus van het quotiënt, |z₁/z₂|.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = 6 − j8z₂ = −1 − j5
|z₁/z₂| =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = 3 − j4 en z₂ = −1 + j3 het imaginaire deel van het quotiënt z₁/z₂.
z₁ = 3 − j4z₂ = −1 + j3
Im(z₁/z₂) =
3.Gemiddeld
Het diagram toont z = −4 + j. Met w = 0,5∠90°, klik op het punt dat z/w voorstelt.
z = −4 + jw = 0,5∠90°
- 1A (−8 + j2)
- 2B (1 + j4)
- 3C (−2 − j8)
- 4D (2 + j8)
4.Gemiddeld
Het diagram toont z = −1 + j4. Met w = 2∠−90°, klik op het punt dat z·w voorstelt.
z = −1 + j4w = 2∠−90°
- 1A (8 + j2)
- 2B (4 + j)
- 3C (−2 + j8)
- 4D (−8 − j2)
5.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z⁶ = 64∠180°. Klik erop.
w = 64∠180°n = 6
- 1A (2∠120°)
- 2B (2∠180°)
- 3C (3,6∠90°)
- 4D (2∠90°)
6.Moeilijk
Gebruik de stelling van De Moivre om het imaginaire deel van z⁶ te vinden voor z = 1 + j.
z = 1 + jn = 6
Im(z⁶) =
Antwoordenblad
- 1. |z₁/z₂| = 1,961
- 2. Im(z₁/z₂) = −0,5
- 3. D (2 + j8)
- 4. A (8 + j2)
- 5. D (2∠90°)
- 6. Im(z⁶) = −8
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.