Bepaal voor z₁ = −4 + j8 en z₂ = −5 + j3 het reële deel van het quotiënt z₁/z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −4 + j8z₂ = −5 + j3
Re(z₁/z₂) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = 8 − j8 en z₂ = −5 − j4 het reële deel van w = −2z₁ + 5z̄₂.
z₁ = 8 − j8z₂ = −5 − j4
Re(w) =
3.Gemiddeld
Schrijf z = 2 − j in exponentiële vorm r·ejθ. Geef θ in radialen, tussen −π en π.
z = 2 − j
θ = rad
4.Gemiddeld
Bepaal het argument θ van z = 3 − j2 in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
z = 3 − j2
θ = °
5.Moeilijk
De wortels van zⁿ = w met n = 2 en w = 25∠90° zijn zk = R1/n∠((φ + 360°·k)/n), k = 0, 1. Bepaal het argument van z₀ in graden, tussen −180° en 180°.
w = 25∠90°n = 2k = 0
θ₀ = °
6.Moeilijk
Gebruik de stelling van De Moivre om het imaginaire deel van z³ te vinden voor z = −2 − j2.
z = −2 − j2n = 3
Im(z³) =
Antwoordenblad
- 1. Re(z₁/z₂) = 1,294
- 2. Re(w) = −41
- 3. θ = −0,4636 rad
- 4. θ = −33,69 °
- 5. θ₀ = 45 °
- 6. Im(z³) = −16
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.