Bepaal voor z₁ = −6 − j5 en z₂ = −3 − j4 het imaginaire deel van het product z₁·z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −6 − j5z₂ = −3 − j4
Im(z₁z₂) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = 4 − j en z₂ = −2 + j het imaginaire deel van het product z₁·z₂.
z₁ = 4 − jz₂ = −2 + j
Im(z₁z₂) =
3.Gemiddeld
Schrijf z = 5 + j6 in exponentiële vorm r·ejθ. Geef θ in radialen, tussen −π en π.
z = 5 + j6
θ = rad
4.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 2,5∠−60° en z₂ = 4∠−95°, bepaal het argument θ van w = z₁·z₂ in graden, tussen −180° en 180°.
z₁ = 2,5∠−60°z₂ = 4∠−95°
θ = °
5.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z⁴ = 16∠−90°. Klik erop.
w = 16∠−90°n = 4
- 1A (2∠157,5°)
- 2B (2∠−90°)
- 3C (3,6∠157,5°)
- 4D (2∠−157,5°)
6.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z⁴ = 81∠90°. Klik erop.
w = 81∠90°n = 4
- 1A (3∠−22,5°)
- 2B (3∠67,5°)
- 3C (1,5∠−67,5°)
- 4D (3∠−67,5°)
Antwoordenblad
- 1. Im(z₁z₂) = 39
- 2. Im(z₁z₂) = 6
- 3. θ = 0,8761 rad
- 4. θ = −155 °
- 5. A (2∠157,5°)
- 6. D (3∠−67,5°)
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.