Bepaal voor z₁ = −5 + j2 en z₂ = −5 + j3 het imaginaire deel van het quotiënt z₁/z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −5 + j2z₂ = −5 + j3
Im(z₁/z₂) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = 4 − j7 en z₂ = 1 + j5 het imaginaire deel van het product z₁·z₂.
z₁ = 4 − j7z₂ = 1 + j5
Im(z₁z₂) =
3.Gemiddeld
Schrijf z = −4 + j2 in exponentiële vorm r·ejθ. Geef θ in radialen, tussen −π en π.
z = −4 + j2
θ = rad
4.Gemiddeld
Schrijf z = 10∠160° in rechthoekige vorm a + jb en geef het imaginaire deel b.
r = 10θ = 160°
b =
5.Moeilijk
Bepaal het reële deel van (2 + j2)⁴.
z = 2 + j2n = 4
Re(z⁴) =
6.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z⁶ = 64∠180°. Klik erop.
w = 64∠180°n = 6
- 1A (1∠90°)
- 2B (2∠180°)
- 3C (2∠120°)
- 4D (2∠90°)
Antwoordenblad
- 1. Im(z₁/z₂) = 0,1471
- 2. Im(z₁z₂) = 13
- 3. θ = 2,678 rad
- 4. b = 3,42
- 5. Re(z⁴) = −64
- 6. D (2∠90°)
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.