Bepaal voor z₁ = 4 + j2 en z₂ = 3 + j het imaginaire deel van het product z₁·z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = 4 + j2z₂ = 3 + j
Im(z₁z₂) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = 6 + j7 en z₂ = −6 + j2 het imaginaire deel van w = 3z₁ + 3z₂.
z₁ = 6 + j7z₂ = −6 + j2
Im(w) =
3.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 1,5∠150° en z₂ = 4∠20°, bepaal het argument θ van w = z₁/z₂ in graden, tussen −180° en 180°.
z₁ = 1,5∠150°z₂ = 4∠20°
θ = °
4.Gemiddeld
Schrijf z = 8∠−75° in rechthoekige vorm a + jb en geef het reële deel a.
r = 8θ = −75°
a =
5.Moeilijk
Gebruik de stelling van De Moivre om het reële deel van z⁴ te vinden voor z = −2 − j2.
z = −2 − j2n = 4
Re(z⁴) =
6.Moeilijk
De wortels van zⁿ = w met n = 4 en w = 16∠45° zijn zk = R1/n∠((φ + 360°·k)/n), k = 0, 1, 2, 3. Bepaal het reële deel van z₀.
w = 16∠45°n = 4k = 0
Re(z₀) =
Antwoordenblad
- 1. Im(z₁z₂) = 10
- 2. Im(w) = 27
- 3. θ = 130 °
- 4. a = 2,071
- 5. Re(z⁴) = −64
- 6. Re(z₀) = 1,962
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.