Bepaal voor z₁ = −4 + j5 en z₂ = −4 − j2 het imaginaire deel van het quotiënt z₁/z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −4 + j5z₂ = −4 − j2
Im(z₁/z₂) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = −3 + j7 en z₂ = 3 + j6 de modulus van het quotiënt, |z₁/z₂|.
z₁ = −3 + j7z₂ = 3 + j6
|z₁/z₂| =
3.Gemiddeld
Schrijf z = 6∠65° in rechthoekige vorm a + jb en geef het reële deel a.
r = 6θ = 65°
a =
4.Gemiddeld
Bepaal het argument θ van z = −5 + j5 in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
z = −5 + j5
θ = °
5.Moeilijk
Eén wortel van z³ − 7z² + 15z − 25 = 0 is z₁ = 1 + j2. De coëfficiënten zijn reëel. Bepaal de reële wortel r.
z₁ = 1 + j2
r =
6.Moeilijk
De wortels van zⁿ = w met n = 3 en w = 64∠−60° zijn zk = R1/n∠((φ + 360°·k)/n), k = 0, 1, 2. Bepaal het imaginaire deel van z₂.
w = 64∠−60°n = 3k = 2
Im(z₂) =
Antwoordenblad
- 1. Im(z₁/z₂) = −1,4
- 2. |z₁/z₂| = 1,135
- 3. a = 2,536
- 4. θ = 135 °
- 5. r = 5
- 6. Im(z₂) = −2,571
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.