Bepaal voor z₁ = 3 + j en z₂ = −5 − j de modulus van het quotiënt, |z₁/z₂|.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = 3 + jz₂ = −5 − j
|z₁/z₂| =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = 5 + j3 en z₂ = 4 − j5 de modulus van het product, |z₁z₂|.
z₁ = 5 + j3z₂ = 4 − j5
|z₁z₂| =
3.Gemiddeld
Schrijf z = 10∠50° in rechthoekige vorm a + jb en geef het imaginaire deel b.
r = 10θ = 50°
b =
4.Gemiddeld
Bepaal het argument θ van z = −6 − j3 in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
z = −6 − j3
θ = °
5.Moeilijk
Eén wortel van z³ + 8z² + 21z + 20 = 0 is z₁ = −2 + j. De coëfficiënten zijn reëel. Bepaal de reële wortel r.
z₁ = −2 + j
r =
6.Moeilijk
Eén wortel van z³ − 4z² + 13z + 50 = 0 is z₁ = 3 + j4. De coëfficiënten zijn reëel. Bepaal de reële wortel r.
z₁ = 3 + j4
r =
Antwoordenblad
- 1. |z₁/z₂| = 0,6202
- 2. |z₁z₂| = 37,34
- 3. b = 7,66
- 4. θ = −153,4 °
- 5. r = −4
- 6. r = −2
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.