Bepaal voor z₁ = −5 + j2 en z₂ = −1 − j3 het imaginaire deel van w = 3z₁ − 3z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −5 + j2z₂ = −1 − j3
Im(w) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = 1 + j3 en z₂ = −6 − j6 het imaginaire deel van w = −2z₁ + 2z₂.
z₁ = 1 + j3z₂ = −6 − j6
Im(w) =
3.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 2,5∠−60° en z₂ = 1,5∠−25°, bepaal het imaginaire deel van w = z₁/z₂.
z₁ = 2,5∠−60°z₂ = 1,5∠−25°
Im(w) =
4.Gemiddeld
Schrijf z = −1 − j4 in exponentiële vorm r·ejθ. Geef θ in radialen, tussen −π en π.
z = −1 − j4
θ = rad
5.Moeilijk
De wortels van zⁿ = w met n = 5 en w = 32∠−120° zijn zk = R1/n∠((φ + 360°·k)/n), k = 0, 1, …, 4. Bepaal het imaginaire deel van z₁.
w = 32∠−120°n = 5k = 1
Im(z₁) =
6.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z⁶ = 729∠90°. Klik erop.
w = 729∠90°n = 6
- 1A (3∠−75°)
- 2B (3∠75°)
- 3C (3∠105°)
- 4D (1,5∠75°)
Antwoordenblad
- 1. Im(w) = 15
- 2. Im(w) = −18
- 3. Im(w) = −0,956
- 4. θ = −1,816 rad
- 5. Im(z₁) = 1,486
- 6. B (3∠75°)
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.