Bepaal voor z₁ = −8 − j5 en z₂ = −4 + j6 het reële deel van het product z₁·z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −8 − j5z₂ = −4 + j6
Re(z₁z₂) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = −6 + j4 en z₂ = 3 + j4 het imaginaire deel van het product z₁·z₂.
z₁ = −6 + j4z₂ = 3 + j4
Im(z₁z₂) =
3.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 4∠40° en z₂ = 3∠65°, bepaal het argument θ van w = z₁·z₂ in graden, tussen −180° en 180°.
z₁ = 4∠40°z₂ = 3∠65°
θ = °
4.Gemiddeld
Schrijf z = 2,5∠50° in rechthoekige vorm a + jb en geef het reële deel a.
r = 2,5θ = 50°
a =
5.Moeilijk
Gebruik de stelling van De Moivre om het reële deel van z⁵ te vinden voor z = √3 + j.
z = √3 + jn = 5
Re(z⁵) =
6.Moeilijk
De vergelijking z² − 5z + 15,25 = 0 heeft twee complexe wortels. Bepaal hun modulus |z|.
p = −5q = 15,25
|z| =
Antwoordenblad
- 1. Re(z₁z₂) = 62
- 2. Im(z₁z₂) = −12
- 3. θ = 105 °
- 4. a = 1,607
- 5. Re(z⁵) = −27,71
- 6. |z| = 3,905
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.