Bepaal voor z₁ = 2 + j5 en z₂ = −6 − j6 het imaginaire deel van w = 2z₁ + 3z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = 2 + j5z₂ = −6 − j6
Im(w) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = 3 − j en z₂ = −4 − j de modulus van het product, |z₁z₂|.
z₁ = 3 − jz₂ = −4 − j
|z₁z₂| =
3.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 3∠150° en z₂ = 2∠−140°, bepaal het imaginaire deel van w = z₁·z₂.
z₁ = 3∠150°z₂ = 2∠−140°
Im(w) =
4.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 3∠150° en z₂ = 0,5∠45°, bepaal het imaginaire deel van w = z₁·z₂.
z₁ = 3∠150°z₂ = 0,5∠45°
Im(w) =
5.Moeilijk
Eén wortel van z³ − 9z² + 31z − 39 = 0 is z₁ = 3 + j2. De coëfficiënten zijn reëel. Bepaal de reële wortel r.
z₁ = 3 + j2
r =
6.Moeilijk
De vergelijking z² + 2z + 2 = 0 heeft twee complexe wortels. Bepaal hun modulus |z|.
p = 2q = 2
|z| =
Antwoordenblad
- 1. Im(w) = −8
- 2. |z₁z₂| = 13,04
- 3. Im(w) = 1,042
- 4. Im(w) = −0,3882
- 5. r = 3
- 6. |z| = 1,414
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.