Bepaal voor z₁ = 8 + j5 en z₂ = −4 − j4 het imaginaire deel van w = 3z₁ − 3z̄₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = 8 + j5z₂ = −4 − j4
Im(w) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = 2 + j5 en z₂ = −3 + j6 het imaginaire deel van het quotiënt z₁/z₂.
z₁ = 2 + j5z₂ = −3 + j6
Im(z₁/z₂) =
3.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 2,5∠−35° en z₂ = 4∠−140°, bepaal het imaginaire deel van w = z₁·z₂.
z₁ = 2,5∠−35°z₂ = 4∠−140°
Im(w) =
4.Gemiddeld
Schrijf z = 4∠25° in rechthoekige vorm a + jb en geef het reële deel a.
r = 4θ = 25°
a =
5.Moeilijk
De wortels van zⁿ = w met n = 2 en w = 25∠−60° zijn zk = R1/n∠((φ + 360°·k)/n), k = 0, 1. Bepaal het reële deel van z₁.
w = 25∠−60°n = 2k = 1
Re(z₁) =
6.Moeilijk
De vergelijking z² + 3z + 4,5 = 0 heeft twee complexe wortels. Bepaal hun modulus |z|.
p = 3q = 4,5
|z| =
Antwoordenblad
- 1. Im(w) = 3
- 2. Im(z₁/z₂) = −0,6
- 3. Im(w) = −0,8716
- 4. a = 3,625
- 5. Re(z₁) = −4,33
- 6. |z| = 2,121
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.