Bepaal voor z₁ = −7 + j2 en z₂ = −1 + j3 het reële deel van het quotiënt z₁/z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −7 + j2z₂ = −1 + j3
Re(z₁/z₂) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = 8 + j5 en z₂ = −4 − j het reële deel van w = 3z₁ + 3z̄₂.
z₁ = 8 + j5z₂ = −4 − j
Re(w) =
3.Gemiddeld
Schrijf z = 2 + j7 in exponentiële vorm r·ejθ. Geef θ in radialen, tussen −π en π.
z = 2 + j7
θ = rad
4.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 3∠55° en z₂ = 4∠−95°, bepaal het argument θ van w = z₁·z₂ in graden, tussen −180° en 180°.
z₁ = 3∠55°z₂ = 4∠−95°
θ = °
5.Moeilijk
Los z² − 5z + 10,25 = 0 op. De wortels zijn a ± jb; bepaal b > 0.
p = −5q = 10,25
b =
6.Moeilijk
Eén wortel van z³ + 13z² + 72z + 160 = 0 is z₁ = −4 + j4. De coëfficiënten zijn reëel. Bepaal de reële wortel r.
z₁ = −4 + j4
r =
Antwoordenblad
- 1. Re(z₁/z₂) = 1,3
- 2. Re(w) = 12
- 3. θ = 1,292 rad
- 4. θ = −40 °
- 5. b = 2
- 6. r = −5
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.