Bepaal voor z₁ = 2 + j6 en z₂ = −1 − j3 het imaginaire deel van het product z₁·z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = 2 + j6z₂ = −1 − j3
Im(z₁z₂) =
2.Makkelijk
Het Argand-diagram toont z₁ = 4 − j2. Klik op het punt dat z̄₁ voorstelt.
z₁ = 4 − j2
- 1A (4 + j2)
- 2B (−2 + j4)
- 3C (−4 + j2)
- 4D (−4 − j2)
3.Gemiddeld
Schrijf z = 8∠65° in rechthoekige vorm a + jb en geef het reële deel a.
r = 8θ = 65°
a =
4.Gemiddeld
Bepaal het argument θ van z = 3 + j in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
z = 3 + j
θ = °
5.Moeilijk
Eén wortel van z³ − 4z² + 14z − 20 = 0 is z₁ = 1 + j3. De coëfficiënten zijn reëel. Bepaal de reële wortel r.
z₁ = 1 + j3
r =
6.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z³ = 27∠180°. Klik erop.
w = 27∠180°n = 3
- 1A (1,5∠180°)
- 2B (3∠180°)
- 3C (3∠0°)
- 4D (3∠−150°)
Antwoordenblad
- 1. Im(z₁z₂) = −12
- 2. A (4 + j2)
- 3. a = 3,381
- 4. θ = 18,43 °
- 5. r = 2
- 6. B (3∠180°)
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.