Bepaal voor z₁ = −7 + j4 en z₂ = 3 + j2 het imaginaire deel van het quotiënt z₁/z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −7 + j4z₂ = 3 + j2
Im(z₁/z₂) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = 1 − j6 en z₂ = 2 − j3 het imaginaire deel van het quotiënt z₁/z₂.
z₁ = 1 − j6z₂ = 2 − j3
Im(z₁/z₂) =
3.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 1,5∠100° en z₂ = 1,5∠45°, bepaal het imaginaire deel van w = z₁/z₂.
z₁ = 1,5∠100°z₂ = 1,5∠45°
Im(w) =
4.Gemiddeld
Het diagram toont z = 3 − j3. Met w = 0,5∠90°, klik op het punt dat z/w voorstelt.
z = 3 − j3w = 0,5∠90°
- 1A (6 + j6)
- 2B (−3 − j3)
- 3C (6 − j6)
- 4D (−6 − j6)
5.Moeilijk
Bepaal het reële deel van (2 − j)⁵.
z = 2 − jn = 5
Re(z⁵) =
6.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z³ = 8∠180°. Klik erop.
w = 8∠180°n = 3
- 1A (2∠180°)
- 2B (2∠0°)
- 3C (3,6∠180°)
- 4D (2∠−120°)
Antwoordenblad
- 1. Im(z₁/z₂) = 2
- 2. Im(z₁/z₂) = −0,6923
- 3. Im(w) = 0,8192
- 4. D (−6 − j6)
- 5. Re(z⁵) = −38
- 6. A (2∠180°)
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.