Bepaal voor z₁ = −5 − j6 en z₂ = −2 − j3 het reële deel van het quotiënt z₁/z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −5 − j6z₂ = −2 − j3
Re(z₁/z₂) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = −2 + j6 en z₂ = 2 + j2 het reële deel van w = 2z₁ + 5z̄₂.
z₁ = −2 + j6z₂ = 2 + j2
Re(w) =
3.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 5∠−35° en z₂ = 4∠20°, bepaal het reële deel van w = z₁/z₂.
z₁ = 5∠−35°z₂ = 4∠20°
Re(w) =
4.Gemiddeld
Schrijf z = 6∠140° in rechthoekige vorm a + jb en geef het reële deel a.
r = 6θ = 140°
a =
5.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z⁴ = 81∠90°. Klik erop.
w = 81∠90°n = 4
- 1A (3∠67,5°)
- 2B (3∠−22,5°)
- 3C (3∠−67,5°)
- 4D (5,4∠−22,5°)
6.Moeilijk
De wortels van zⁿ = w met n = 6 en w = 729∠135° zijn zk = R1/n∠((φ + 360°·k)/n), k = 0, 1, …, 5. Bepaal het argument van z₁ in graden, tussen −180° en 180°.
w = 729∠135°n = 6k = 1
θ₁ = °
Antwoordenblad
- 1. Re(z₁/z₂) = 2,154
- 2. Re(w) = 6
- 3. Re(w) = 0,717
- 4. a = −4,596
- 5. C (3∠−67,5°)
- 6. θ₁ = 82,5 °
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.