Bepaal voor z₁ = 8 − j6 en z₂ = 3 + j2 het reële deel van het quotiënt z₁/z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = 8 − j6z₂ = 3 + j2
Re(z₁/z₂) =
2.Makkelijk
Het Argand-diagram toont z₁ = −2 − j5 en z₂ = 5 + j2. Klik op het punt dat z₁ − z₂ voorstelt.
z₁ = −2 − j5z₂ = 5 + j2
- 1A (−7 − j7)
- 2B (−7 + j7)
- 3C (7 + j7)
- 4D (3 − j3)
3.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 1,5∠70° en z₂ = 2∠−140°, bepaal het reële deel van w = z₁·z₂.
z₁ = 1,5∠70°z₂ = 2∠−140°
Re(w) =
4.Gemiddeld
Het getal z = 2·ej2,8 heeft zijn hoek in radialen. Bepaal het reële deel a.
r = 2θ = 2,8 rad
a =
5.Moeilijk
De vergelijking z² + 5z + 31,25 = 0 heeft twee complexe wortels. Bepaal hun modulus |z|.
p = 5q = 31,25
|z| =
6.Moeilijk
Eén wortel van z³ − 4z² − 7z + 100 = 0 is z₁ = 4 + j3. De coëfficiënten zijn reëel. Bepaal de reële wortel r.
z₁ = 4 + j3
r =
Antwoordenblad
- 1. Re(z₁/z₂) = 0,9231
- 2. A (−7 − j7)
- 3. Re(w) = 1,026
- 4. a = −1,884
- 5. |z| = 5,59
- 6. r = −4
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.