Het Argand-diagram toont z₁ = 5 + j3. Klik op het punt dat j·z₁ voorstelt.
- 1A (3 + j5)
- 2B (−5 − j3)
- 3C (−3 + j5)
- 4D (−3 − j5)
Het Argand-diagram toont z₁ = 5 + j3. Klik op het punt dat j·z₁ voorstelt.
Bepaal voor z₁ = 3 − j8 en z₂ = 1 + j5 het reële deel van het quotiënt z₁/z₂.
Schrijf z = 4 − j5 in exponentiële vorm r·ejθ. Geef θ in radialen, tussen −π en π.
Schrijf z = 2,5∠35° in rechthoekige vorm a + jb en geef het reële deel a.
Gebruik de stelling van De Moivre om het reële deel van z⁸ te vinden voor z = −2 − j2.
Gebruik de stelling van De Moivre om het imaginaire deel van z⁶ te vinden voor z = 1 + j.
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.