Het Argand-diagram toont z₁ = −4 + j en z₂ = 4 − j2. Klik op het punt dat z₁ − z₂ voorstelt.
- 1A (8 − j3)
- 2B (−8 + j3)
- 3C (3 − j8)
- 4D (−j)
Het Argand-diagram toont z₁ = −4 + j en z₂ = 4 − j2. Klik op het punt dat z₁ − z₂ voorstelt.
Bepaal voor z₁ = 2 − j2 en z₂ = −6 + j5 het imaginaire deel van w = −z₁ − 3z₂.
Bepaal het argument θ van z = −5 + j4 in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
Het getal z = 3·ej2,8 heeft zijn hoek in radialen. Bepaal het imaginaire deel b.
Eén wortel van z³ + 4z − 80 = 0 is z₁ = −2 + j4. De coëfficiënten zijn reëel. Bepaal de reële wortel r.
De wortels van zⁿ = w met n = 3 en w = 64∠0° zijn zk = R1/n∠((φ + 360°·k)/n), k = 0, 1, 2. Bepaal het argument van z₂ in graden, tussen −180° en 180°.
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.