Bepaal voor z₁ = 2 − j3 en z₂ = −5 + j2 het reële deel van het product z₁·z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = 2 − j3z₂ = −5 + j2
Re(z₁z₂) =
2.Makkelijk
Het Argand-diagram toont z₁ = −4 + j. Klik op het punt dat −z₁ voorstelt.
z₁ = −4 + j
- 1A (1 − j4)
- 2B (4 − j)
- 3C (−4 − j)
- 4D (−1 + j4)
3.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 2∠40° en z₂ = 3∠45°, bepaal het imaginaire deel van w = z₁/z₂.
z₁ = 2∠40°z₂ = 3∠45°
Im(w) =
4.Gemiddeld
Schrijf z = 8∠140° in rechthoekige vorm a + jb en geef het imaginaire deel b.
r = 8θ = 140°
b =
5.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z⁶ = 729∠120°. Klik erop.
w = 729∠120°n = 6
- 1A (3∠−160°)
- 2B (5,4∠−160°)
- 3C (3∠−130°)
- 4D (3∠160°)
6.Moeilijk
Gebruik de stelling van De Moivre om het reële deel van z⁹ te vinden voor z = 1 − j.
z = 1 − jn = 9
Re(z⁹) =
Antwoordenblad
- 1. Re(z₁z₂) = −4
- 2. B (4 − j)
- 3. Im(w) = −0,0581
- 4. b = 5,142
- 5. A (3∠−160°)
- 6. Re(z⁹) = 16
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.