Bepaal voor z₁ = −1 + j5 en z₂ = −3 + j4 het imaginaire deel van het product z₁·z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −1 + j5z₂ = −3 + j4
Im(z₁z₂) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = 6 − j2 en z₂ = 4 + j5 het reële deel van het quotiënt z₁/z₂.
z₁ = 6 − j2z₂ = 4 + j5
Re(z₁/z₂) =
3.Gemiddeld
Het diagram toont z = −1 + j4. Met w = 2∠90°, klik op het punt dat z·w voorstelt.
z = −1 + j4w = 2∠90°
- 1A (−8 − j2)
- 2B (−4 − j)
- 3C (8 + j2)
- 4D (−2 + j8)
4.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 1,5∠125° en z₂ = 0,5∠110°, bepaal het reële deel van w = z₁/z₂.
z₁ = 1,5∠125°z₂ = 0,5∠110°
Re(w) =
5.Moeilijk
Los z² + 4z + 8 = 0 op. De wortels zijn a ± jb; bepaal het reële deel a.
p = 4q = 8
a =
6.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z⁴ = 81∠90°. Klik erop.
w = 81∠90°n = 4
- 1A (3∠90°)
- 2B (3∠−157,5°)
- 3C (5,4∠−157,5°)
- 4D (3∠157,5°)
Antwoordenblad
- 1. Im(z₁z₂) = −19
- 2. Re(z₁/z₂) = 0,3415
- 3. A (−8 − j2)
- 4. Re(w) = 2,898
- 5. a = −2
- 6. B (3∠−157,5°)
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.