Bepaal voor z₁ = 5 + j3 en z₂ = −2 − j2 het reële deel van w = 4z₁ + 3z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = 5 + j3z₂ = −2 − j2
Re(w) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = 4 + j3 en z₂ = 4 − j6 de modulus van het quotiënt, |z₁/z₂|.
z₁ = 4 + j3z₂ = 4 − j6
|z₁/z₂| =
3.Gemiddeld
Bepaal het argument θ van z = 6 − j2 in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
z = 6 − j2
θ = °
4.Gemiddeld
Schrijf z = −8 + j2 in exponentiële vorm r·ejθ. Geef θ in radialen, tussen −π en π.
z = −8 + j2
θ = rad
5.Moeilijk
De vergelijking z² + 8z + 22,25 = 0 heeft twee complexe wortels. Bepaal hun modulus |z|.
p = 8q = 22,25
|z| =
6.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z³ = 27∠60°. Klik erop.
w = 27∠60°n = 3
- 1A (5,4∠20°)
- 2B (3∠20°)
- 3C (3∠−10°)
- 4D (3∠−160°)
Antwoordenblad
- 1. Re(w) = 14
- 2. |z₁/z₂| = 0,6934
- 3. θ = −18,43 °
- 4. θ = 2,897 rad
- 5. |z| = 4,717
- 6. B (3∠20°)
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.