Bepaal voor z₁ = −2 + j4 en z₂ = 3 + j2 het imaginaire deel van w = −z₁ + 3z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −2 + j4z₂ = 3 + j2
Im(w) =
2.Makkelijk
Het Argand-diagram toont z₁ = −2 + j5 en z₂ = −4 − j4. Klik op het punt dat z₁ − z₂ voorstelt.
z₁ = −2 + j5z₂ = −4 − j4
- 1A (2 + j9)
- 2B (−2 − j9)
- 3C (2 − j9)
- 4D (−6 + j)
3.Gemiddeld
Schrijf z = 12∠35° in rechthoekige vorm a + jb en geef het reële deel a.
r = 12θ = 35°
a =
4.Gemiddeld
Bepaal het argument θ van z = 8 + j7 in graden, als hoofdwaarde tussen −180° en 180°.
z = 8 + j7
θ = °
5.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z⁶ = 64∠60°. Klik erop.
w = 64∠60°n = 6
- 1A (2∠−140°)
- 2B (2∠−170°)
- 3C (1∠−170°)
- 4D (2∠60°)
6.Moeilijk
Eén wortel van z³ + 5z² + 4z − 10 = 0 is z₁ = −3 + j. De coëfficiënten zijn reëel. Bepaal de reële wortel r.
z₁ = −3 + j
r =
Antwoordenblad
- 1. Im(w) = 2
- 2. A (2 + j9)
- 3. a = 9,83
- 4. θ = 41,19 °
- 5. B (2∠−170°)
- 6. r = 1
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.