Bepaal voor z₁ = −8 − j4 en z₂ = 6 − j4 het imaginaire deel van het quotiënt z₁/z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = −8 − j4z₂ = 6 − j4
Im(z₁/z₂) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = −1 − j7 en z₂ = −2 + j6 het imaginaire deel van w = 4z₁ + 5z̄₂.
z₁ = −1 − j7z₂ = −2 + j6
Im(w) =
3.Gemiddeld
Gegeven z₁ = 2∠100° en z₂ = 3∠−50°, bepaal het imaginaire deel van w = z₁/z₂.
z₁ = 2∠100°z₂ = 3∠−50°
Im(w) =
4.Gemiddeld
Schrijf z = 2∠125° in rechthoekige vorm a + jb en geef het imaginaire deel b.
r = 2θ = 125°
b =
5.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z⁶ = 729∠90°. Klik erop.
w = 729∠90°n = 6
- 1A (5,4∠75°)
- 2B (3∠105°)
- 3C (3∠−75°)
- 4D (3∠75°)
6.Moeilijk
Bepaal het reële deel van (1 − j3)⁵.
z = 1 − j3n = 5
Re(z⁵) =
Antwoordenblad
- 1. Im(z₁/z₂) = −1,077
- 2. Im(w) = −58
- 3. Im(w) = 0,3333
- 4. b = 1,638
- 5. D (3∠75°)
- 6. Re(z⁵) = 316
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.