Bepaal voor z₁ = 6 − j7 en z₂ = −2 − j6 het reële deel van het quotiënt z₁/z₂.
Werkblad Complexe getallen met antwoorden
1.Makkelijk
z₁ = 6 − j7z₂ = −2 − j6
Re(z₁/z₂) =
2.Makkelijk
Bepaal voor z₁ = 2 + j4 en z₂ = 5 + j2 het reële deel van w = −2z₁ + 2z̄₂.
z₁ = 2 + j4z₂ = 5 + j2
Re(w) =
3.Gemiddeld
Het diagram toont z = −2 + j. Met w = 0,5∠−90°, klik op het punt dat z/w voorstelt.
z = −2 + jw = 0,5∠−90°
- 1A (2 + j4)
- 2B (−4 + j2)
- 3C (−2 − j4)
- 4D (−1 − j2)
4.Gemiddeld
Schrijf z = −8 + j in exponentiële vorm r·ejθ. Geef θ in radialen, tussen −π en π.
z = −8 + j
θ = rad
5.Moeilijk
Bepaal het reële deel van (−3 − j)³.
z = −3 − jn = 3
Re(z³) =
6.Moeilijk
Precies één van de punten A–D is een wortel van z³ = 27∠90°. Klik erop.
w = 27∠90°n = 3
- 1A (3∠−30°)
- 2B (5,4∠150°)
- 3C (3∠150°)
- 4D (3∠90°)
Antwoordenblad
- 1. Re(z₁/z₂) = 0,75
- 2. Re(w) = 6
- 3. C (−2 − j4)
- 4. θ = 3,017 rad
- 5. Re(z³) = −18
- 6. C (3∠150°)
Volledige stapsgewijze oplossingen: oefen dit onderwerp op examproblems.com.